In de afgelopen weken heb ik weer enorm genoten met het kijken naar het WK dameshandbal. Best vreemd dat een allround voetballiefhebber dat zegt, maar toch ook weer niet. Het is ook een teamsport en daar houd ik van. Natuurlijk werd ik gegrepen door het Nederlands team wat een geweldig toernooi speelde met een perfecte mix van jeugdig talent en routine. Maar na zes zeges in de poulefases vond Oranje zijn Waterloo tegen wereldkampioen Noorwegen, een topnatie bij het dameshandbal. Geen schande om te verliezen van de wereldkampioen met gekende namen als Nora Mork en Stine Oftedal. Maar de beste Noorse was dit toernooi ongetwijfeld Henny Ella Reistad, een 24-jarig monster. Het mooiste aan Reistad is dat zij in navolging van heel weinig topsporters beschikt over ‘hangtime’. ‘Hangtime’ is het vermogen om na een sprong – net iets langer in de lucht te blijven hangen dan je mee springende tegenstander(s). Basketballer Michael Jordan was de eerste en in mijn optiek voor eeuwig de beste sporter met ‘hangtime’, maar Reistad deed in de spannende halve finale van het WK tegen Denemarken een gooi naar de ‘Jordan crown’. Met maar liefst 15 doelpunten waarvan er geen uit een strafworp kwam torende de blonde Noorse telkens boven de Denen uit, en bleef een fractie langer in de lucht hangen – en op het hoogtepunt kwam die machtige hamer vanuit de rechterschouder, boem pats goal, geen houden aan voor die arme Deense keepster. De Noren dankzij Reistad naar de finale – tegen Olympisch kampioen Frankrijk, dat werd smullen. Als je negatief bent kun je zeggen dat er in de eerste helft van de finale – toen de doelpunten aan beide zijden als rijpe appelen vielen slecht werd verdedigd. Onzin, als de aanvallers zo krankzinnig goed zijn dan is er voor de verdedigers nooit geen houden aan, zo is het bij elke teamsport. Noorwegen en Reistad legde het in de finale uiteindelijk af tegen de springveertjes uit Frankrijk die fantastisch handbal speelden in de finale. Sneu voor Reistad, maar haar tijd komt nog wel, let maar op!
