Ouder worden

Gistermiddag vloog ik met een vriend terug vanuit Malaga naar huis na een prachtige hike vakantie in de bergen in het zuiden van Spanje. Het waren zes dagen die je gerust met een goeie Engelse uitspraak ‘tough cookies’ kunt noemen. Al tijdens de ochtenden bij het ontbijt net als bij het avondeten viel het mij deze vakantie op dat eigenlijk bijna iedereen weinig tot geen oog meer heeft voor elkaar, maar alleen nog maar voor hun schermpje wat in elke knuist huist van een persoon. In het vliegtuig ging mijn verbazing steeds meer met mijzelf aan de loop. Zittend op rij 18 aan het gangpad kon redelijk tot goed overzien wat veel van mijn medepassagiers voor mij aan het doen waren tijdens de vlucht, namelijk ‘schermpje kijken’. Wat ze keken kon ik natuurlijk niet goed zien, of nog beter wilde ik niet zien, maar ik had in ieder geval wel het idee dat niemand van de pakweg 100 mensen voor mij naar iets van hetzelfde zaten te kijken. Gewoonweg omdat het aanbod groter is dan een normaal mens zich nog kan voorstellen. Mijn gedachten dwaalden langzaam verder terug in de tijd – naar een tijd waarin er op vrijdagavond twee miljoen mensen naar een aflevering van Derrick keken, of nog gekker naar een zaterdagavondaflevering van de Wie-kent-quiz met Fred Oster die wekelijks drie miljoen kijkers trok. ’s Maandags bij de koffiemachine op het werk wist dan ook bijna iedereen te vertellen welke cavia’s er door de VPKV in het eindspel van de Wie-kent-quiz aan het werk waren gezet; Martine Bijl, Sjakie Swart en/of Albert Mol, het was hilarisch. Terug met mijn gedachten in de tegenwoordige tijd pakte ik mijn boek – wat ik bij aankomst op mijn stoel – uit mijn handbagage in het stoelvakje had gestopt – enigszins beschaamd uit datzelfde stoelvakje. Bijna nog meer beschaamd sloeg ik het boekje open bij de eerste pagina en begon te lezen. Meewarige blikken van sommige medereizigers waren mijn deel, zo in de trant van ‘die meneer leest nog een boek’, da’s best bijzonder? Ik las rustig verder – en met weinig letters per pagina, sloeg ik vaak een pagina om, met daarbij het zachte fijne geluid van de omslag van een papieren pagina. Niemand die van dit geluid op of om keek, gewoonweg omdat ze er niks van hoorden met al die doppen in hun oren. We deden ruim twee uur over de vlucht, en dat was net lang genoeg om het gehele prachtige boek van James Worthy in z’n geheel uit te lezen.

Bijna 190 pagina’s, waarbij ik dus zo’n 95 keer dat prachtige fijne geluid van de paginaomslag heb mogen meemaken. Ik weet het, ik word ouder, maar ook wijzer, en ga steeds meer van de kleine oude dingen in het leven genieten.

Plaats een reactie