Linkspoot

Ik was tien toen ik mij – nog wonend in Amsterdam – aanmeldde bij mijn eerste voetbalvereniging Wilskracht SNL in de Watergraafsmeer, net onder de rook van De Meer. De jaren hiervoor speelden we louter op straat, de plek waar je destijds leerde voetballen en ook vooral leerde overleven. Dat laatste klinkt ernstig en dat was het eigenlijk ook wel. Ik weet het nog goed. Aan de ene kant van de weg een regenpijp tegen de muur – op een brede stoep met stenen kinderhoofdjes – dat als doel diende. Aan de overzijde ook een regenpijp – die iets verder af stond van de muur – waardoor dat veel makkelijker scoren was. Ook hier die brede stoep met stenen kinderhoofdjes en twee treinrailsen. Mikken vanaf die stenen was best lastig, maar oefening baarde kunst in al die jaren. Hiertussen een mooie gladde asfaltweg waar regelmatig een grote truck met oplegger voorbij kwam. Als er zo’n truck voorbijkwam deden we met z’n allen een TiTa Tovenaartje en stonden we allemaal even stil. Soms ging je zo op in het spelletje dat je het TiTa Tovenaartje bijna vergat, met een bijna botsing tot gevolg. Eenmaal op het gras van Wilskracht SNL ontwikkelde ik mij verder als voetballer. Rechtsbuiten was mijn eerste plek. Opdrijven, langs de linksback en dan een voorzet met mijn beste been – mijn rechter. Niet veel later zette de begeleider mij linksbuiten en was ik al dichter bij mijn grote droom om een linksbenige voetballer te worden. Dromen van alles wat met voetbal te maken had deed je namelijk veel in die tijd. Niet veel later hadden mijn ouders het lumineuze idee om te gaan verhuizen naar Schagen. Schagen vroeg ik vertwijfeld – net op het moment dat ik mij in de scoop van de jeugdscouts van Ajax had gevoetbald. Maar papa’s wil was wet, dus een jaar later op naar Schagen. Ik heb wel twee emmers vol gehuild, maar wat moet je als twaalfjarige? De droom om bij Ajax te voetballen kon wel in kast. Ook toen gold al voor jou 100 anderen. Die andere droom om een linksbenige voetballer te worden kon nog wel, en werd hard aan gewerkt op het schoolplein en vooral in de Eksterstraat waar we woonden. Een klein gemeenteperkje had aan de zijkant een opstaande rand van twee op elkaar gestapelde bielzen. Daarachter het perkje en zo nu en dan rondom auto’s van de buren. Iedere dag na school bal aan de voet en richting het bielzenrandje. Tik tik, tik , tik, alles met links en alleen met rechts om te corrigeren. In die tijd begon ik ook voetbal op TV te volgen, en ik raakte in de ban van mooie linkspoten, er waren er zoveel, Fernando Chalana, Liam Brady, Archie Gemmill en Bruno Conti om er maar een paar te noemen, maar de mooiste van allemaal was voor mij Rafael Gordillo. In die tijd speler van Real Madrid en het Spaanse elftal. Altijd afgezakte kousen, en in die tijd hadden de kousen nog niet het elastiek van nu. Bij nat weer zakten de kousen van Gordillo over zijn kuiten naar beneden en dan ook nog tot bijna over zijn enkels op zijn schoenen. Het was een fascinerend gezicht. Dat wilde ik ook. Linkspoot zijn met afgezakte kousen.

Tussendoor was ook balletje hooghouden een voetbalhobby. Ook in de Eksterstraat heb ik mijn record aangescherpt tot 1044 keer. Trots vertelde ik dat een keer op de training van wijlen Cees Speets. Doe dat nog eens riep die gevat, en zo begon ik in mijn adidas duo penotti show trainingspak met wijde pijpen op een kletsnat veld. Tik, tak, tik , tak, links, rechts, links, rechts, want ik had inmiddels wel geleerd dat het met één been nooit zou lukken. Ik weet niet meer waar ik strandde maar veel verder dan 200 zal het niet geweest zijn. Nee dan was de straat een stuk eenvoudiger en die wijde pijpen deden de poging ook geen goed. Inmiddels speelde ik in de schaduw van de grootste linkspoot die Schagen ooit gekend heeft wijlen Bertje Kiewiet, en wat was ik jaloers. Alles met links, zo’n lekker lui getrapte bal tot op je stropdas, daar was hij de meester in. We hadden in die tijd beiden een muggengewicht, later werd dat anders, maar aan zijn spel veranderde dat niets. Beiden spelend met afgezakte kousen, leek hij op Gordillo, en ik……ik weet het niet. In het vervolg van mijn carrière heb ik echt ingezet om veel met links te doen, maar het idee om ooit een echt linkspoot te worden heb ik langzaam laten varen. Zo goed als Bertje zou ik toch nooit worden. Ik had er inmiddels vrede mee. Ik heb mij later verder ontwikkeld tot een getalenteerde rechtsbenige voetballer die prima uit de voeten kon met zijn linkerbeen. Nee, niet zo goed als Wesley, maar prima en het is goed zo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s